ECLI:NL:HR:2002:AE4548
Hoge Raad
- Cassatie
- G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- A.G. Pos
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Verwerping van cassatie tegen beëindiging schuldsanering en faillissementsaanwijzing
De zaak betreft een verzoeker die in eerste aanleg door de Rechtbank Utrecht werd geconfronteerd met een tussentijdse beëindiging van zijn schuldsanering op grond van artikel 350 lid 3 sub Pro c, d en e van de Faillissementswet. Tevens werd in het faillissement van verzoeker een rechter-commissaris en curator benoemd.
Tegen dit vonnis stelde verzoeker hoger beroep in bij het Gerechtshof Amsterdam, dat het vonnis op 26 februari 2002 bekrachtigde. Vervolgens richtte verzoeker zich tot de Hoge Raad met een beroep in cassatie tegen het arrest van het hof.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat geen nadere motivering vereist is omdat de klachten geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het cassatieberoep wordt derhalve verworpen.
Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2002.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd.