ECLI:NL:PHR:2002:AE4548
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tussentijdse toepassing schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming verplichtingen
Verzoeker en zijn echtgenote waren beiden onderworpen aan een schuldsaneringsregeling die door de rechtbank definitief was uitgesproken. Op verzoek van de bewindvoerder werd deze regeling tussentijds beëindigd wegens niet-nakoming van verplichtingen door verzoeker, waaronder het niet verstrekken van voldoende informatie en het ontstaan van nieuwe schulden.
Het Gerechtshof Amsterdam bekrachtigde deze tussentijdse beëindiging. Verzoeker stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel, waarbij hij onder meer aanvoerde dat hij wel voldoende informatie had verstrekt en dat het hof ten onrechte bewijsaanbod had gepasseerd.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat verzoeker niet aan zijn informatieplicht had voldaan en dat dit een geldige grond was voor tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling. Klachten over feitelijke oordelen konden in cassatie niet worden toegewezen zonder motiveringsklachten die niet waren onderbouwd.
Verder werd bevestigd dat het aanbieden van een akkoord aan schuldeisers niet verhindert dat de rechtbank de regeling tussentijds beëindigt. Het cassatieberoep werd verworpen en het tussentijds beëindigen van de regeling gehandhaafd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling gehandhaafd.