ECLI:NL:HR:2002:AE7652
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- P.J. van Amersfoort
- J.C. van Oven
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Onteigening en milieu-effectbeoordeling volgens MER-richtlijn niet relevant voor onteigeningsrechter
In deze zaak vorderde het Hoogheemraadschap de vervroegde onteigening van onroerende zaken ten behoeve van de verbetering van een dijk in de gemeente Sliedrecht. Eisers tot cassatie, eigenaren en huurders van de betrokken percelen, stelden zich op het standpunt dat de onteigening niet mocht worden uitgesproken voordat een milieu-effectbeoordeling (MER) overeenkomstig de MER-richtlijn was uitgevoerd.
Eisers verwezen naar eerdere bestuursrechtelijke procedures waarin zij betoogden dat de MER-richtlijn niet correct was geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving en dat de dijkverbetering zonder MER niet kon plaatsvinden. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State had deze stellingen echter verworpen. Ook de Rechtbank oordeelde dat de MER-richtlijn niet onjuist was geïmplementeerd en dat voor het werk geen MER behoefde plaats te vinden.
De Hoge Raad bevestigde dat de MER-richtlijn niet is bedoeld ter bescherming van private eigendom, maar ter bescherming van het milieu. Een verweer tegen onteigening op grond van het ontbreken van een MER kan alleen worden gevoerd in bestuursrechtelijke procedures tegen besluiten van bestuursorganen, niet in onteigeningsprocedures. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde eisers in de kosten.
Deze uitspraak verduidelijkt de scheiding tussen bestuursrechtelijke milieubeoordeling en onteigeningsrecht en bevestigt dat de onteigeningsrechter niet bevoegd is om milieubezwaren te toetsen die niet rechtstreeks betrekking hebben op het onteigeningsbesluit zelf.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de onteigening wordt bevestigd zonder dat een MER vereist is in de onteigeningsprocedure.