ECLI:NL:HR:2002:AE7854
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- J.W. van den Berge
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing aftrek rente als kosten bij belastingaanslag 1997
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1997 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 229.326. Na bezwaar werd deze aanslag gehandhaafd en het beroep bij het Hof werd ongegrond verklaard. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Hof.
In cassatie stond centraal of de rente betaald over een schuld aan A B.V. aftrekbaar was als kosten in de zin van artikel 35 Wet Pro op de inkomstenbelasting 1964. Het Hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij bij het aangaan van de lening wist dat hij teveel belasting had betaald en een teruggaaf zou ontvangen. Dit oordeel werd als feitelijk en niet onbegrijpelijk beoordeeld.
De Hoge Raad bevestigde dat de rentelast niet was aangegaan met het oog op het verkrijgen van heffingsrente en dat de betaalde rente terecht niet als aftrekbare kosten was erkend. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de rente is niet aftrekbaar als kosten.