ECLI:NL:HR:2002:AE8192
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vorderingen in nalatenschapsgeschil over inboedelverdeling en schadevergoeding
Eiseres tot cassatie vorderde primair de maatschap te veroordelen tot verdeling van inboedelgoederen uit de nalatenschap van een erflaatster, met dwangsommen bij niet-naleving. Subsidiair vorderde zij schadevergoeding en ontbinding van een overeenkomst tussen erfgenamen en een notaris.
De Rechtbank Amsterdam wees de vorderingen niet volledig toe en verwees de zaak naar de rol voor nadere proceshandelingen. Zowel eiseres als de maatschap stelden hoger beroep in. Het Gerechtshof Amsterdam vernietigde het vonnis voor zover het schade in verband met de splitsing betrof en wees de subsidiaire vorderingen af, maar bekrachtigde het vonnis voor het overige.
Eiseres stelde vervolgens beroep in cassatie in. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat geen nadere motivering nodig is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.
Het cassatieberoep wordt verworpen en eiseres wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee blijft het arrest van het hof in stand dat de vorderingen van eiseres grotendeels afwijst.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof dat de vorderingen van eiseres afwijst.