ECLI:NL:HR:2002:AE8215
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toewijzing van in het buitenland gemaakte beslagkosten als verschotten
In deze civiele zaak vordert Roestvrijstaal Apparatenfabriek N.V. (RAF) betaling van Infrasonik AB. Na verschillende vonnissen en hoger beroep werd onder meer de toewijzing van buitengerechtelijke kosten en beslagkosten betwist. De rechtbank veroordeelde Infrasonik tot betaling van een bedrag vermeerderd met rente, maar wees de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten en beslagkosten af. Het hof vernietigde dit laatste deel en veroordeelde Infrasonik tot betaling van een bedrag ter vergoeding van buitengerechtelijke kosten en beslagkosten, waaronder kosten gemaakt in België.
In cassatie richt Infrasonik zich tegen de toewijzing van de in België gemaakte beslagkosten. De Hoge Raad oordeelt dat onder art. 57 lid Pro 1 (oud) Rv., thans art. 239 Rv Pro., ook beslagkosten gemaakt in het buitenland vallen onder de verschotten die kunnen worden toegewezen. De overige klachten van Infrasonik falen en behoeven geen nadere motivering.
De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt Infrasonik in de kosten van het geding in cassatie, waarbij de kosten aan de zijde van RAF nihil worden begroot. Het arrest bevestigt de rechtspraak omtrent de vergoeding van in het buitenland gemaakte beslagkosten als onderdeel van de te liquideren kosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Infrasonik wordt verworpen en de in het buitenland gemaakte beslagkosten worden als verschotten toegewezen.