ECLI:NL:HR:2002:AE8365
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof inzake navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1990
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1990 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 682.770. Later werd een navorderingsaanslag opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 2.857.142 met een verhoging van 100%, waarvan 75% werd kwijtgescholden. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslagen. Het Hof vernietigde echter de navorderingsaanslag en de uitspraak van de Inspecteur.
De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Hof. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte had geoordeeld dat belanghebbende niet te kwader trouw was. Hoewel het Hof aannam dat belanghebbende mocht aannemen dat de Inspectie R afstemming zou plegen, concludeerde de Hoge Raad dat belanghebbende opzettelijk informatie had onthouden, waardoor de aanslag te laag werd vastgesteld.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het Hof, behoudens het onderdeel over het griffierecht, en verwees de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest. De proceskostenveroordeling werd niet toegewezen door de Hoge Raad en wordt door het verwijzingshof beoordeeld.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling waarbij wordt vastgesteld dat belanghebbende te kwader trouw was.