ECLI:NL:GHAMS:2012:BW0277
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- E.F. Faase
- A.M.J.G. van Amsterdam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van rechtbank: geen navordering wegens ambtelijk verzuim en geen kwade trouw bij vennootschapsbelasting 2005
In deze bestuursrechtelijke zaak stond de vraag centraal of de inspecteur terecht een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting 2005 aan belanghebbende had opgelegd. Belanghebbende had tijdig een aangifte ingediend, maar door een administratieve fout van haar dochtermaatschappij [C BV], die haar aangifte abusievelijk onder het fiscale nummer van belanghebbende indiende, ontstond onduidelijkheid over de juiste aanslag.
De rechtbank had reeds geoordeeld dat er sprake was van ambtelijk verzuim bij de Belastingdienst, die bewust koos voor een geautomatiseerde afhandeling zonder nader onderzoek, waardoor fouten niet werden opgemerkt. Het hof sluit zich hierbij aan en oordeelt dat deze werkwijze voor rekening van de inspecteur komt. Daarnaast is vastgesteld dat belanghebbende niet te kwader trouw is geweest; er is geen bewijs dat zij bewust onjuiste informatie heeft verstrekt of zich willens en wetens aan een onjuiste aangifte heeft blootgesteld.
De inspecteur stelde dat de bewijslast omgekeerd moest worden en dat er sprake was van een met een schrijf- of tikfout vergelijkbare fout, maar het hof verwierp dit. Ook het beroep op redelijkheid, billijkheid en maatschappelijke betamelijkheid om de navordering te rechtvaardigen faalde, omdat de wettelijke voorwaarden strikt zijn en niet terzijde kunnen worden gesteld. Het hof veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende en bevestigde het vonnis van de rechtbank Haarlem.
Uitkomst: Het hoger beroep van de inspecteur wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag vennootschapsbelasting 2005 wordt vernietigd wegens ambtelijk verzuim en afwezigheid van kwade trouw.