ECLI:NL:HR:2002:AE8475

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 oktober 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R02/032HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • A.E.M. van der Putt-Lauwers
  • D.H. Beukenhorst
  • O. de Savornin Lohman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie tegen afwijzing schuldsaneringsregeling verzoekers

Verzoekers hebben bij de Rechtbank Zutphen verzoeken ingediend om de schuldsaneringsregeling op hen van toepassing te verklaren. De rechtbank wees deze verzoeken bij vonnissen van 12 februari 2002 af. Hiertegen stelden verzoekers hoger beroep in bij het Gerechtshof Arnhem, dat bij arrest van 11 april 2002 de vonnissen bekrachtigde.

Vervolgens richtten verzoekers zich tot de Hoge Raad met een beroep in cassatie. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee de eerdere beslissingen van rechtbank en hof. Het arrest werd gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 25 oktober 2002.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van de schuldsaneringsregeling.

Uitspraak

25 oktober 2002
Eerste Kamer
Rek.nr. R02/032HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Verzoeker 1],
2. [Verzoekster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen.
1. Het geding in feitelijke instantie
Met twee op 23 november 2001 ter griffie van de Rechtbank te Zutphen ingediende verzoekschriften hebben verzoekers tot cassatie - verder afzonderlijk te noemen: [verzoeker 1] en [verzoekster 2] - zich gewend tot die Rechtbank en verzocht de schuldsaneringsregeling op hen van toepassing te verklaren.
De Rechtbank heeft bij vonnissen van 12 februari 2002 beide verzoeken afgewezen.
Tegen beide vonnissen hebben [verzoeker 1] en [verzoekster 2] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Arnhem. Het Hof heeft beide beroepen gevoegd behandeld.
Bij arrest van 11 april 2002 heeft het Hof beide vonnissen waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het Hof hebben [verzoeker 1] en [verzoekster 2] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.E.M. van der Putt-Lauwers, als voorzitter, D.H. Beukenhorst en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 25 oktober 2002.