ECLI:NL:PHR:2002:AE8475
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw bij ontstaan schulden
De zaak betreft het verzoek van twee echtgenoten tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank wees het verzoek af op grond van art. 288 lid 2 onder Pro b Faillissementswet, omdat zij niet te goeder trouw waren bij het ontstaan van hun schulden. In hoger beroep bevestigde het hof dit oordeel, stellende dat de verzoekers hun ondernemerschap onverantwoord hadden uitgeoefend en zich aanzienlijke financiële voordelen ten koste van hun vennootschappen hadden toegeëigend.
De verzoekers stelden in cassatie onder meer dat het hof ten onrechte afgeleide schulden had betrokken, dat niet was vastgesteld dat zij niet te goeder trouw waren met betrekking tot specifieke schulden, en dat fiscale schulden niet als feitelijke handelingen in de zin van art. 288 lid 2 onder Pro b Fw konden worden beschouwd. De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde dat het ontbreken van goede trouw ook kan blijken uit het nalaten van toezicht en controle en uit de modaliteiten van rechtshandelingen zoals fiscale aangiften.
De Hoge Raad benadrukte dat de schuldsaneringsregeling niet bedoeld is voor schuldenaren die niet te goeder trouw zijn geweest bij het ontstaan of onbetaald laten van schulden, en dat het hof terecht heeft geoordeeld dat verzoekers niet in de regeling thuishoren. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling is afgewezen wegens gebrek aan goede trouw bij het ontstaan en onbetaald laten van schulden.