ECLI:NL:HR:2002:AE8803
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- Rechtspraak.nl
Beklag vervalt door overlijden klager bij behandeling teruggave in beslaggenomen voorwerpen
In deze zaak stond de behandeling van twee beklagschriften centraal, ingediend door klager en diens raadsman, gericht op de teruggave van in beslaggenomen voorwerpen. De rechtbank had op deze beklagen meerdere beschikkingen gegeven, waarbij het beklag deels gegrond werd verklaard en teruggave werd gelast.
De Officier van Justitie stelde cassatieberoep in tegen één van deze beschikkingen (beschikking I). Tijdens de procedure bleek dat klager op 7 augustus 2001 was overleden. De Hoge Raad constateerde dat de wet geen voorziening bevat voor de behandeling van een beklag ex artikel 116, derde lid, Sv of artikel 552a Sv na het overlijden van de klager.
Daarom oordeelde de Hoge Raad dat het beklag door het overlijden van de klager is vervallen. De bestreden beschikking werd vernietigd en het beklag geacht te zijn vervallen. De Hoge Raad besloot dat het middel geen verdere bespreking behoeft en sprak de beschikking uit op 26 november 2002.
Uitkomst: Het beklag ex art. 116 lid 3 Sv en art. 552a Sv vervalt door het overlijden van de klager, waardoor de bestreden beschikking wordt vernietigd.