ECLI:NL:PHR:2002:AE8803
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging van beschikking wegens vervallen beklag na overlijden klager
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank te 's-Gravenhage waarbij het beklag tot teruggave van prepostalen aan klager gegrond werd verklaard. De Officier van Justitie stelde een middel van cassatie voor, maar de Procureur-Generaal bracht ambtshalve naar voren dat klager op 4 oktober 2000 was overleden. Omdat de wet geen regeling kent voor de behandeling van een beklag ingevolge artikel 552a Sv na het overlijden van de klager, moet het beklag geacht worden te zijn vervallen.
De Hoge Raad oordeelde dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven en dat het middel van cassatie geen bespreking behoeft. De conclusie van de Procureur-Generaal strekt ertoe dat de Hoge Raad de beschikking vernietigt en het beklag als vervallen beschouwt.
Deze uitspraak benadrukt het belang van de wettelijke bepalingen omtrent de ontvankelijkheid van beklagen en de gevolgen van het overlijden van een klager tijdens de procedure. Het arrest sluit aan bij eerdere jurisprudentie waarin het verval van beklag na overlijden is bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verklaart het beklag vervallen wegens het overlijden van de klager.