ECLI:NL:HR:2002:AE8831
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor ontuchtige handelingen met minderjarige nichtjes
De verdachte werd door het Hof Amsterdam veroordeeld wegens het plegen van ontuchtige handelingen met twee minderjarige nichtjes, die nagenoeg in dezelfde periode plaatsvonden. De handelingen bestonden onder meer uit het betasten en penetreren van een meisje dat nog geen zestien jaar oud was.
De verdachte stelde in cassatie dat het Hof de bewezenverklaring onvoldoende had gemotiveerd en dat de bewijsmiddelen niet aantoonden dat de ontuchtige handelingen in dezelfde periode plaatsvonden en in de woning van verdachte. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof de verklaringen van de slachtoffers terecht en begrijpelijk had gewogen en dat de motivering toereikend was.
Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de veroordeling tot het verrichten van onbetaalde arbeid voor 140 uren gehandhaafd bleef. De Hoge Raad vond geen aanleiding tot ambtshalve vernietiging van het arrest.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot onbetaalde arbeid van 140 uren wordt gehandhaafd.