ECLI:NL:HR:2002:AE8971
Hoge Raad
- Kort geding
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toerekening pand aan privévermogen belanghebbende in belastingzaak
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1997 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd, die na bezwaar werd verminderd door de Inspecteur. Het Hof vernietigde deze uitspraak en stelde de aanslag verder naar beneden bij, met een belastbaar inkomen van f 39.664. De Staatssecretaris van Financiën stelde hiertegen cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
Het geschil betrof de vraag of het pand dat belanghebbende in 1989 had gekocht en deels als winkel gebruikte, gesplitst kon worden in een ondernemings- en privégedeelte. Het Hof oordeelde dat het pand niet zodanig gesplitst kon worden en dat het redelijk was het gehele pand tot het privévermogen te rekenen.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep van de Staatssecretaris. Ook het incidentele beroep van belanghebbende werd niet behandeld omdat de voorwaarde daarvoor niet was vervuld. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en het griffierecht werd geheven van de Staat.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat het pand tot het privévermogen van belanghebbende behoort.