ECLI:NL:PHR:2004:AP5966
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Keuzeherziening vermogensetikettering agrarische bedrijfswoning en landbouwvrijstelling
Belanghebbende exploiteert een agrarische onderneming en rekent het woongedeelte van de boerderij met ondergrond en tuin tot zijn ondernemingsvermogen. Naar aanleiding van wetswijzigingen in de landbouwvrijstelling per 27 juni 2000 wenst hij per 26 juni 2000 een keuzeherziening voor ondergrond en tuin naar privé, terwijl het woongedeelte ondernemingsvermogen blijft. De inspecteur stelt dat heretikettering alleen mogelijk is per 27 juni 2000 en dat ondergrond en woongedeelte één bedrijfsmiddel vormen dat niet los kan worden overgebracht. Het Hof bevestigt dit standpunt en stelt een waardedruk van 20% vast.
In cassatie wordt betoogd dat keuzeherziening ook per 26 juni 2000 mogelijk is en dat compartimentering (losse fiscale behandeling van ondergrond en opstal) moet worden toegepast. De conclusie van de A-G ondersteunt gedeeltelijk belanghebbende, o.a. dat keuzeherziening per 26 juni 2000 mogelijk is en dat compartimentering toepassing verdient, waardoor de waardestijging van ondergrond en tuin buiten heffing blijft. De waardedrukkende factor van voortgezette eigen bewoning wordt door het Hof redelijk geacht, maar de motivering is mager.
De zaak behandelt uitgebreid de vrijheid van de ondernemer bij vermogensetikettering, de bijzondere omstandigheid van wetswijzigingen die keuzeherziening rechtvaardigen, en de juridische betekenis van compartimentering bij overgang van oude naar nieuwe fiscale regimes. De Hoge Raad kan de zaak zelf afdoen en moet bepalen of de navorderingsaanslag moet worden verminderd met de stille reserve op ondergrond en tuin.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat keuzeherziening per 26 juni 2000 mogelijk is en vermindert de navorderingsaanslag met de stille reserve op ondergrond en tuin, waarbij ondergrond en woongedeelte één bedrijfsmiddel vormen.