ECLI:NL:HR:2002:ZC8104
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat risico van tenietgaan van grond relevant is voor overdrachtsbelasting
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting opgelegd wegens verkrijging van economische eigendom van een onroerende zaak. Na bezwaar en beroep vernietigde het Hof de aanslag omdat het risico van tenietgaan van de grond niet op belanghebbende was overgegaan. Het Hof oordeelde dat het risico van tenietgaan, bijvoorbeeld door natuurrampen of milieuvervuiling, wel degelijk een reëel begrip is binnen artikel 2, lid 2, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer.
De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad overwoog dat het Hof geen onjuiste uitleg gaf aan het begrip 'enig risico van tenietgaan' en dat de feitelijke waarderingen niet in cassatie kunnen worden getoetst. Tevens bevestigde de Hoge Raad dat het niet overgaan van dit risico niet strijdig is met de doelstelling van de wet.
De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten. Hiermee werd het oordeel van het Hof bekrachtigd dat de naheffingsaanslag ten onrechte was opgelegd omdat het belastbare feit niet had plaatsgevonden.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag wordt vernietigd.