ECLI:NL:HR:2003:AE3564
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt tijdige instelling strafrechtelijk financieel onderzoek vóór aanvang terechtzitting
In deze zaak stond de vraag centraal of een strafrechtelijk financieel onderzoek (s.f.o.) te laat was ingesteld. De Officier van Justitie had bij de Rechter-Commissaris verzocht om machtiging tot instelling van een s.f.o. nadat de terechtzitting al was aangevangen. De Rechter-Commissaris wees dit verzoek af, waarna de Officier van Justitie hoger beroep instelde bij de Rechtbank. Ook de Rechtbank verwierp het beroep.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de Officier van Justitie behandeld. Uit de wetsgeschiedenis en de relevante artikelen van het Wetboek van Strafvordering volgt dat de machtiging voor het instellen van een strafrechtelijk financieel onderzoek vóór de aanvang van de terechtzitting in eerste aanleg moet zijn verleend. Dit betekent dat het verzoek niet pas na de start van de zitting kan worden ingediend.
De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van de Rechtbank dat het verzoek te laat was gedaan, geen onjuiste rechtsopvatting bevat en niet onbegrijpelijk is. De Hoge Raad verwerpt daarom het cassatieberoep en bevestigt dat de procedurele vereiste van tijdige instelling van het s.f.o. strikt moet worden nageleefd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het strafrechtelijk financieel onderzoek moest vóór de aanvang van de terechtzitting zijn ingesteld.