ECLI:NL:HR:2003:AE8800
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- F.H. Koster
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing wegens onjuiste maatstaf bij getuigenverzoek in hoger beroep
In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem waarin hij werd veroordeeld voor meerdere feiten, waaronder deelname aan een criminele organisatie en overtredingen van de Opiumwet en de Wet wapens en munitie.
De kern van het cassatieberoep betrof de afwijzing door het hof van een verzoek van de verdediging om bepaalde getuigen te horen, die zouden kunnen aantonen dat er sprake was van inzet van burgerinfiltranten en gecontroleerde doorlevering van verdovende middelen. Het hof had dit verzoek afgewezen op grond van het noodzaakcriterium, waarbij werd geoordeeld dat het horen van deze getuigen niet noodzakelijk was.
De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof de verkeerde maatstaf had gehanteerd bij de beoordeling van het getuigenverzoek. Volgens de Hoge Raad dient het openbaar ministerie de oproeping van getuigen slechts te weigeren indien redelijkerwijs de verdediging van de verdachte daardoor wordt geschaad, en de rechter kan een verzoek tot oproeping alleen afwijzen indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het openbaar ministerie of de verdachte daardoor wordt geschaad.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het bestreden arrest voor zover het betrekking had op de feiten en de strafoplegging en verwees de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor hernieuwde berechting en beslissing. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak naar het hof te 's-Hertogenbosch voor hernieuwde berechting wegens onjuiste maatstaf bij het afwijzen van getuigenverzoek.