ECLI:NL:HR:2003:AE9675
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- B.C. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geldboete voor onrechtmatig gebruik bestrijdingsmiddelen met helikopter
Verdachte werd door het Hof veroordeeld wegens het opzettelijk gebruiken van meerdere bestrijdingsmiddelen met een (hefschroef)vliegtuig, in strijd met voorschriften uit de Bestrijdingsmiddelenwet 1962. Hij voerde verweren aan dat de individuele toelatingsbesluiten onverbindend waren wegens strijd met een hoger besluit en het rechtszekerheidsbeginsel, en dat hij geen vliegtuig maar een helikopter gebruikte, waardoor ontslag van rechtsvervolging zou moeten volgen.
Het Hof verwierp deze verweren, stellende dat het verbod op vliegtuigtoepassing ook hefschroefvliegtuigen zoals helikopters omvat. De Hoge Raad bevestigde deze uitleg en oordeelde dat de toelatingsbesluiten niet onverbindend zijn. Ook werd het bewezenverklaarde correct gekwalificeerd als overtreding van een voorschrift uit artikel 10, tweede lid, van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en handhaafde de geldboete van ƒ 1.600,--, subsidiair 32 dagen hechtenis. Er waren geen gronden voor vernietiging of ontslag van rechtsvervolging. Hiermee werd de strafrechtelijke aansprakelijkheid van verdachte bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot een geldboete wegens het gebruik van bestrijdingsmiddelen met een helikopter in strijd met de Bestrijdingsmiddelenwet 1962.