ECLI:NL:HR:2003:AF0444
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- A.G. Pos
- D.H. Beukenhorst
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Ontkenning vaderschap na huwelijk en geboorte kind, termijn en instemming
De man verzocht ontkenning van zijn vaderschap van een kind geboren uit zijn huwelijk met de vrouw. De rechtbank verklaarde hem niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de wettelijke termijn. Het hof stelde hem ontvankelijk en liet hem DNA-onderzoek doen, waarna het hof het vaderschap ontkende. De vrouw stelde beroep in cassatie in.
De Hoge Raad oordeelde dat de wettelijke termijn van art. 1:200 lid 5 BW Pro pas begint te lopen wanneer de man zowel bekend is met de geboorte als met het vermoeden dat hij niet de biologische vader is. Dit betekent dat de termijn niet al vóór de geboorte kan aanvang nemen, ook al vermoedt de man dat hij niet de vader is.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat het hof onjuist heeft geoordeeld over het subsidiaire verweer van de vrouw dat de man haar tegen haar zin tot prostitutie zou hebben aangezet, waardoor hij instemde met een daad die de verwekking van het kind kan hebben veroorzaakt. Het hof had dit verweer ten onrechte verworpen omdat instemming met een daad die verwekking kan veroorzaken niet beperkt is tot situaties waarin verwekking het verwachte gevolg is.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep tegen de tussenbeschikking van het hof, vernietigde de eindbeschikking en verwees de zaak naar een ander hof voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofvonnis en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling met correcte toepassing van de termijn en instemming bij ontkenning vaderschap.