ECLI:NL:HR:2003:AF1011
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt beperking terbeschikkingstelling bedrijfsmiddelen in maatschap voor inkomstenbelasting
In deze zaak is aan belanghebbende over het jaar 1995 een navorderingsaanslag inkomstenbelasting opgelegd naar een belastbaar inkomen van ƒ 170.965. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd deze aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 147.127. De Staatssecretaris van Financiën stelde hiertegen cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De kern van het geschil betrof de toepassing van artikel 11, lid 5, aanhef en letter b, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, met betrekking tot de terbeschikkingstelling van bedrijfsmiddelen door een maat aan de maatschap. De Hoge Raad overwoog dat het ter beschikking gestelde bedrijfsmiddel voor zover mogelijk geacht moet worden binnen de onderneming van de maat zelf te worden aangewend. Alleen voor zover het aandeel in het bedrijfsmiddel het aandeel in de winst overstijgt, is sprake van terbeschikkingstelling.
De Hoge Raad volgde hiermee de conclusie van de Advocaat-Generaal en verwierp het cassatieberoep van de Staatssecretaris. Tevens werd de Staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van het cassatiegeding. Het arrest werd op 31 januari 2003 uitgesproken door de vice-president en vier raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Hof bevestigd.