ECLI:NL:HR:2003:AF1280
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor onjuiste aangifte omzetbelasting door directeur met feitelijke leiding
De verdachte, directeur van [A] BV, werd door het Hof veroordeeld wegens het opzettelijk doen van een onjuiste aangifte omzetbelasting over maart 1996. De aangifte vermeldde een te hoog bedrag aan voorbelasting, namelijk f 575.000,-- terwijl feitelijk slechts f 250.000,-- aan omzetbelasting was betaald. Dit leidde tot een te lage belastingafdracht.
Het Hof baseerde zijn oordeel op verklaringen van de verdachte en een medeverdachte, die bevestigden dat er een afspraak was dat slechts f 250.000,-- betaald zou worden, ondanks de hogere gefactureerde bedragen. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht aannam dat de factuur niet op de voorgeschreven wijze was opgemaakt en dat aftrek van voorbelasting daarom niet mogelijk was.
Het middel van cassatie, dat stelde dat het te hoge bedrag aan voorbelasting niet bewezen was, werd verworpen. De Hoge Raad bevestigde dat het Hof voldoende redenen had gegeven voor zijn bewezenverklaring en dat het beroep van de verdachte geen aanleiding gaf tot vernietiging van het arrest.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van de directeur tot een geldboete van achtduizend gulden, subsidiair tachtig dagen hechtenis.