ECLI:NL:HR:2003:AF1309
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- J.B. Fleers
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Wijziging omgangsregeling tussen vader en minderjarig kind na verzoek moeder
De moeder verzocht bij de rechtbank Arnhem om wijziging van de omgangsregeling tussen de vader en hun minderjarige kind, vastgesteld bij beschikking van 1 maart 1999. De rechtbank verklaarde de moeder niet-ontvankelijk en legde een dwangsom op bij niet-nakoming van de omgangsregeling.
De moeder ging in hoger beroep bij het hof Arnhem, dat de beschikking van de rechtbank vernietigde en de omgangsregeling wijzigde, maar zonder gemotiveerd oordeel over de dwangsom. De vader stelde beroep in cassatie in tegen de tussenbeschikkingen en eindbeschikking van het hof.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd over de dwangsom en dat een inhoudelijke beoordeling van het belang van het kind bij het verbinden van dwangsommen nodig is, hetgeen in cassatie niet kan worden onderzocht. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en verwees de zaak naar het hof 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling en beslissing.
Verder verklaarde de Hoge Raad de vader niet-ontvankelijk in zijn beroep tegen de tussenbeschikkingen, omdat deze beslissingen inmiddels feitelijk zijn vervallen. De overige klachten van de vader slaagden niet. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer onder voorzitterschap van vice-president Neleman en raadsheren, in aanwezigheid van raadsheer Bakels.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Arnhem en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling over de dwangsom in de omgangsregeling.