ECLI:NL:HR:2003:AF1798

Hoge Raad

Datum uitspraak
31 januari 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R02/051HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp
  • A.E.M. van der Putt-Lauwers
  • J.B. Fleers
  • D.H. Beukenhorst
  • F.B. Bakels
  • O. de Savornin Lohman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27 Huurprijzenwet woonruimteArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping van het cassatieberoep tegen afwijzing wrakingsverzoek rechter in huurprijszaak

Verzoeker tot cassatie had bij de Kantonrechter de huurprijs van zijn woonruimte aangevochten en hoger beroep ingesteld tegen de vastgestelde huurprijs. Tijdens het hoger beroep bij de Rechtbank diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen de voorzitter van de kamer die de zaak behandelde. Dit wrakingsverzoek werd door de Rechtbank niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker stelde hiertegen hoger beroep in bij het Gerechtshof, dat het wrakingsverzoek eveneens verwierp.

Vervolgens richtte verzoeker zich tot de Hoge Raad met een cassatieberoep tegen de afwijzing van zijn wrakingsverzoek. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en bevestigde daarmee de beslissingen van de lagere instanties. De beschikking werd gegeven door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 31 januari 2003.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de afwijzing van het wrakingsverzoek.

Uitspraak

31 januari 2003
Eerste Kamer
Rek.nr. R02/051HR
RM
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker], wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
1. Het geding in feitelijke instanties
Verzoeker tot cassatie - verder te noemen: verzoeker - heeft op grond van art. 27 Huurprijzenwet Pro woonruimte aan de Kantonrechter te Amsterdam verzocht de huurprijs van zijn woonruimte vast te stellen op ƒ 608,16 per maand.
Bij beschikking van 6 juli 2000 heeft de Kantonrechter de huurprijs vastgesteld op ƒ 647,69 per maand (excl. bijkomende kosten), ingaande 1 februari 1999.
Tegen deze beschikking heeft verzoeker hoger beroep ingesteld bij de Rechtbank te Amsterdam. De Rechtbank heeft de zaak behandeld ter terechtzitting van 7 september 2001. Verzoeker heeft het proces-verbaal van deze terechtzitting op 26 september 2002 via zijn raadsman ontvangen.
Op 23 oktober 2001 heeft verzoeker bij de Rechtbank een wrakingsverzoek ingediend, gericht tegen mr. A.W.J. Ros, de voorzitter van de Kamer van de Rechtbank die ter terechtzitting van 7 september 2001 het hoger beroep had behandeld.
De Rechtbank heeft het wrakingsverzoek behandeld ter terechtzitting van 29 november 2001. Bij beschikking van diezelfde dag heeft de Rechtbank verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek.
Tegen deze beschikking heeft verzoeker hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam. Verzoeker heeft het Hof verzocht de beschikking van de Rechtbank te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, zijn wrakingsverzoek alsnog toe te wijzen.
Na mondelinge behandeling op 19 maart 2002 heeft het Hof bij beschikking van 18 april 2002 het beroep verworpen.
De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het Hof heeft verzoeker beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De gewraakte rechter heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp als voorzitter en de raadsheren A.E.M. van der Putt-Lauwers, J.B. Fleers, D.H. Beukenhorst en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer O. de Savornin Lohman op 31 januari 2003.