ECLI:NL:HR:2003:AF1884

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 februari 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C01/135HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • R. Herrmann
  • H.A.M. Aaftink
  • A.G. Pos
  • O. de Savornin Lohman
  • A. Hammerstein
  • F.B. Bakels
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering onverschuldigde betaling tegen Medische Dienstverlening Continentaal Plat

In deze zaak vorderde verweerder betaling van een bedrag van ƒ 6.468,95 plus wettelijke rente van MDCP wegens onverschuldigde betaling. De Kantonrechter wees deze vordering af, maar de Rechtbank vernietigde dit vonnis en veroordeelde MDCP tot betaling van het bedrag met rente vanaf 1 augustus 1997. MDCP stelde cassatieberoep in tegen dit vonnis.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten onvoldoende waren om tot cassatie te leiden. Er was geen noodzaak tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het cassatieberoep werd verworpen en MDCP werd veroordeeld in de kosten van het geding.

Deze uitspraak bevestigt de eerdere beslissing van de Rechtbank en benadrukt het belang van de wettelijke rente bij onverschuldigde betalingen, waarbij de Hoge Raad geen aanleiding zag om het vonnis te vernietigen.

De zaak toont de procedurele route van een civiele vordering tot betaling, inclusief tussenvonnissen, hoger beroep en cassatie, en illustreert de terughoudendheid van de Hoge Raad bij het aannemen van cassatiemiddelen zonder belang voor rechtseenheid.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van MDCP tot betaling van het bedrag met wettelijke rente.

Uitspraak

14 februari 2003
Eerste Kamer
Nr. C01/135HR
RM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
MEDISCHE DIENSTVERLENING CONTINENTAAL PLAT B.V., gevestigd te Den Helder,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P.S. Kamminga,
t e g e n
[Verweerder], wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. E. Grabandt.
1. Het geding in feitelijke instanties
Verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - heeft bij exploit van 8 december 1998 eiseres tot cassatie - verder te noemen: MDCP - gedagvaard voor de Kantonrechter te den Helder en gevorderd MDCP te veroordelen tot betaling aan [verweerder] van het onverschuldigd betaalde bedrag ad ƒ 6.468,95 en de wettelijke rente vanaf 1 januari 1995, berekend tot 1 januari 1999 ad ƒ 1.703,50.
MDCP heeft de vordering bestreden.
Na een tussenvonnis van 20 mei 1999 heeft de Kantonrechter bij eindvonnis van 8 juli 1999 aan [verweerder] diens vorderingen ontzegd.
Tegen beide vonnissen heeft [verweerder] hoger beroep ingesteld bij de Rechtbank te Alkmaar. In hoger beroep heeft [verweerder] zijn eis vermeerderd en aldus gevorderd MDCP te veroordelen tot betaling van een bedrag van ƒ 6.468,95 netto aan door [verweerder] als onverschuldigd gerestitueerde overhevelingstoeslag, vermeerderd met een bedrag van ƒ 3.224,42 aan wettelijke verhoging en de wettelijke rente over deze bedragen vanaf 1 januari 1995 tot de dag der algehele voldoening.
Bij vonnis van 18 januari 2001 heeft de Rechtbank de bestreden vonnissen vernietigd en, opnieuw rechtdoende, MDCP veroordeeld aan [verweerder] te betalen een bedrag van ƒ 6.468,95, vermeerderd met wettelijke rente over dat bedrag sinds 1 augustus 1997 tot aan de dag der algehele voldoenig. Het meer of anders gevorderde heeft de Rechtbank afgewezen.
Het vonnis van de Rechtbank is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het vonnis van de Rechtbank heeft MDCP beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt MDCP in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 286,88 aan verschotten en € 1.365,--voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink, A.G. Pos, O. de Savornin Lohman en A. Hammerstein, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 14 februari 2003.