ECLI:NL:HR:2003:AF1890
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- A.G. Pos
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering onverschuldigde betaling tegen Topmen Oilfield Personnel
Verweerder heeft Topmen gedagvaard voor de Kantonrechter te Den Helder met de vordering tot terugbetaling van een onverschuldigd betaalde som van ƒ 11.671,79, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 23 september 1994. De Kantonrechter wees de vordering af. Verweerder stelde hoger beroep in bij de Rechtbank te Alkmaar en verhoogde zijn eis met een bedrag aan wettelijke verhoging.
De Rechtbank vernietigde het vonnis van de Kantonrechter en veroordeelde Topmen tot betaling van het oorspronkelijke bedrag vermeerderd met wettelijke rente vanaf 9 maart 1999. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen. Topmen stelde beroep in cassatie in tegen dit vonnis.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en verwerpt het beroep. De Hoge Raad veroordeelt Topmen tevens in de kosten van het geding in cassatie. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2003.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van Topmen tot betaling van het onverschuldigd betaalde bedrag met rente.