ECLI:NL:HR:2003:AF2156

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 maart 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C01/205HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • R. Herrmann
  • H.A.M. Aaftink
  • O. de Savornin Lohman
  • F.B. Bakels
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in geschil over executie dwangsommen en beslag op bijstandsuitkering

Eiser heeft in kort geding geprobeerd te voorkomen dat verweerders de executie van dwangsommen en het executoriaal beslag op zijn bijstandsuitkering zouden voortzetten. De voorzieningenrechter in Maastricht wees dit verzoek af. Eiser ging in hoger beroep bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, dat het vonnis van de voorzieningenrechter bekrachtigde. Vervolgens stelde eiser beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad overwoog dat de in het cassatiemiddel aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Verweerders waren niet verschenen en verstek was verleend.

De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde eiser in de kosten van het geding, die aan de zijde van verweerders nihil werden begroot. Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 21 maart 2003.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van het verzoek tot staking van executie en opheffing van beslag.

Uitspraak

21 maart 2003
Eerste Kamer
Nr. C01/205HR
SB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser], wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. W.J. Nijland,
t e g e n
1. [verweerder 1], handelende onder de naam [A], wonende te [woonplaats],
2. [verweerster 2], handelende onder de naam [B], gevestigd te [vestigingsplaats],
3. [verweerster 3], handelende onder de naam [C], gevestigd te [vestigingsplaats],
4. [verweerster 4], handelende onder de naam [D], gevestigd te [vestigingsplaats],
5. [verweerster 5], handelende onder de naam [E], gevestigd te [vestigingsplaats],
6. AUTOMOTIVE GROUP ZUID B.V., handelende onder de naam [H], gevestigd te Maastricht,
7. [verweerster 7], handelende onder de naam [F], gevestigd te [vestigingsplaats],
8. [verweerster 8], handelende onder de naam [G], gevestigd te [vestigingsplaats],
9. B.V. TAXICENTRALE T.C.T., handelende onder de naam Taxicentrale T.C.T., gevestigd te Maastricht,
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploit van 21 juni 2000 verweerders in cassatie - verder te noemen: [verweerder] c.s. - in kort geding gedagvaard voor de President van de Rechtbank te Maastricht en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [verweerder] te veroordelen om, terstond na betekening van dit vonnis, de executie wegens beweerdelijk verbeurde dwangsommen uit hoofde van het kort gedingvonnis van 28 juli 1999 te staken en gestaakt te houden en deswege tevens te veroordelen om het onder de gemeente Maastricht gelegde executoriaal beslag op de bijstandsuitkering van [eiser] op te heffen, indien en voor zover de proceskostenveroordeling, inclusief nakosten, uit hoofde van het arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 7 maart 2000, door [eiser] aan [verweerder] c.s., middels het beslag, geheel zal zijn voldaan, een en ander op verbeurte van een dwangsom van ƒ 1.000,-- per dag en voor iedere dag dat [verweerder] c.s. jegens [eiser] aan deze veroordelingen, of een gedeelte daarvan, niet voldoen.
[Verweerder] c.s. hebben de vordering bestreden.
De President heeft bij vonnis van 12 juli 2000 de gevraagde voorzieningen geweigerd.
Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij arrest van 10 mei 2001 heeft het Hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het Hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de niet verschenen [verweerder] c.s. is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 21 maart 2003.