ECLI:NL:HR:2003:AF2321
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Nietige betekening dagvaarding wegens onvoldoende adresgegevens verdachte in GBA
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van een verdachte die bij verstek was veroordeeld wegens valsheid in geschrifte en medeplegen van poging tot oplichting. De kern van het geschil betrof de geldigheid van de betekening van de dagvaarding in eerste aanleg.
De dagvaarding was uitgereikt aan de griffier omdat geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend was, terwijl uit de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) bleek dat de verdachte sinds 1996 naar het buitenland was vertrokken. De Hoge Raad stelde dat voordat kon worden aangenomen dat de woon- of verblijfplaats in het buitenland onbekend was, navraag had moeten worden gedaan bij de gemeente over de adresgegevens die de verdachte bij vertrek had opgegeven. Dit was niet gebeurd.
Daarmee was de betekening van de dagvaarding niet rechtsgeldig en moest deze nietig worden verklaard. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verklaarde de dagvaarding nietig. De zaak werd terugverwezen voor een nieuwe behandeling.
Uitkomst: De dagvaarding in eerste aanleg is nietig verklaard wegens ongeldige betekening.