ECLI:NL:HR:2003:AF2677
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt beroep in cassatie inzake onrechtmatige daad en bevestigt afwijzing vordering
Deze zaak betreft een geschil tussen eiseres, een vennootschap naar Duits recht, en verweerder, waarbij eiseres een vordering instelde wegens onrechtmatige daad. Na een tussenvonnis van de rechtbank Rotterdam werd een deskundigenonderzoek bevolen. Op basis van het deskundigenbericht wijzigde eiseres de grondslag van haar eis en stelde zij dat verweerder aansprakelijk was wegens onrechtmatige daad.
De rechtbank wees de vordering af bij eindvonnis van 5 februari 1998. Eiseres ging in hoger beroep bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage, dat het vonnis van de rechtbank bekrachtigde bij arrest van 13 maart 2001. Tegen dit arrest stelde eiseres beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelt dat de in het middel aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen. Het beroep wordt verworpen en eiseres wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en de vordering wordt afgewezen.