ECLI:NL:HR:2003:AF3001
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- L. Monné
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek van heffingsrente over winst uit aanmerkelijk belang als kosten
Belanghebbende behaalde in 1996 een aanzienlijke winst uit aanmerkelijk belang door de verkoop van aandelen. Over deze winst werd belasting geheven, waarover belanghebbende heffingsrente betaalde vanwege een voorlopige aanslag. Het geschil betrof de vraag of deze heffingsrente kon worden aangemerkt als aftrekbare kosten in de zin van artikel 35 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Het Hof had geoordeeld dat de heffingsrente niet kon worden beschouwd als een schuld aangegaan voor de verwerving van vermogensbestanddelen waaruit inkomsten worden getrokken, en derhalve niet aftrekbaar was. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat de heffingsrente in een te ver verwijderd verband staat met de beleggingen van belanghebbende.
De Hoge Raad vond het oordeel van het Hof niet onbegrijpelijk en oordeelde dat het oordeel geen onjuiste rechtsopvatting bevatte. Het beroep in cassatie werd daarom ongegrond verklaard. Tevens werden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de heffingsrente niet aftrekbaar is als kosten.