ECLI:NL:HR:2003:AF3002
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt belastingaanslag inkomstenbelasting 1994 na handelsactiviteiten eenmanszaak
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1994 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 375.720. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat de uitspraak van de Inspecteur bevestigde. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
Het Hof oordeelde dat de handels- en bemiddelingsactiviteiten volledig op naam van belanghebbende en voor rekening en risico van diens eenmanszaak waren verricht. Het Hof vond dat belanghebbende niet redelijkerwijs mocht aannemen dat deze activiteiten tijdens eerdere boekenonderzoeken al fiscaal waren beoordeeld. Hierdoor handelde de Inspecteur niet in strijd met het vertrouwen van belanghebbende door de opbrengsten als winst uit onderneming aan te merken.
De Hoge Raad stelde vast dat dit oordeel geen onjuiste rechtsopvatting bevatte en dat het, als verweven met feitelijke waarderingen, niet op juistheid kan worden getoetst in cassatie. Ook was het oordeel niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. Het beroep in cassatie werd daarom ongegrond verklaard. De Hoge Raad veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 1994 blijft gehandhaafd.