ECLI:NL:HR:2003:AF3329
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt veroordeling verduistering omzetbelasting wegens onjuiste rechtsopvatting
De verdachte werd door het hof veroordeeld voor meermalen gepleegde verduistering van omzetbelasting, omdat hij de verschuldigde BTW-bedragen niet aan de Belastingdienst had betaald. Het hof oordeelde dat de omzetbelasting vanaf het moment van facturering aan de Belastingdienst toebehoorde en dat de verdachte zich die bedragen had toegeëigend.
De verdediging stelde dat de omzetbelasting pas toebehoorde aan de Belastingdienst vanaf het moment dat de aangifte moest worden gedaan en dat de verdachte op het moment van de bewezenverklaringen nog niet verplicht was tot aangifte. De Hoge Raad overwoog dat uit het systeem van de Wet op de Omzetbelasting volgt dat de ondernemer weliswaar omzetbelasting verschuldigd is vanaf het moment van facturering of levering, maar dat dit niet betekent dat het bedrag al aan de Belastingdienst toebehoort in de zin van verduistering.
De Hoge Raad stelde dat het bedrag aan omzetbelasting dat door de afnemer aan de ondernemer is betaald, niet als goed van de Belastingdienst kan worden aangemerkt zolang het niet is voldaan, maar dat het een schuld betreft die de ondernemer uit eigen middelen moet voldoen. Hierdoor is het oordeel van het hof dat sprake was van verduistering onjuist. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak naar het gerechtshof Arnhem voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof Arnhem voor hernieuwde behandeling.