ECLI:NL:PHR:2003:AF3329
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor verduistering van verschuldigde omzetbelasting
De verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld tot 15 maanden gevangenisstraf, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, wegens meervoudige verduistering van omzetbelasting. Hij kocht computeronderdelen in het buitenland zonder BTW te betalen en bracht wel BTW in rekening aan zijn afnemers, maar droeg deze niet af aan de Belastingdienst. Door betalingen aan leveranciers en onttrekkingen aan de bankrekening maakte hij het onmogelijk de verschuldigde BTW te voldoen.
De verdediging stelde dat de omzetbelasting pas na aangifte aan de Staat toebehoorde en dat vóór die aangifte geen sprake kon zijn van wederrechtelijke toe-eigening. De Hoge Raad oordeelde echter dat de omzetbelasting op het moment van verschuldigd worden, volgens de Wet op de Omzetbelasting 1968 en de Europese Richtlijn 77/388/EEG, reeds toebehoort aan de Staat, ook als de betaling uitgesteld kan zijn.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde dat de bewezenverklaring toereikend was en dat het hof het verweer terecht had verworpen. De veroordeling bleef daarmee in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot 15 maanden gevangenisstraf wegens verduistering van omzetbelasting.