ECLI:NL:HR:2003:AF3411
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- J.B. Fleers
- A.G. Pos
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid en regresrecht binnen concernfinanciering bij onroerend goed maatschappijen
In deze zaak vorderde eiseres, [A], betaling van meerdere onroerend goed maatschappijen (o.g.-maatschappijen) op grond van hoofdelijke aansprakelijkheid voor een lening verstrekt door de Nationale Investeringsbank (NIB) aan de houdstermaatschappij [C] binnen een concern. De o.g.-maatschappijen waren door verkoop van aandelen uit het concern getreden en hadden ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid gekregen van de NIB.
De rechtbank wees de vordering toe, en het hof bekrachtigde dit oordeel. De o.g.-maatschappijen stelden dat zij geen draagplicht hadden omdat het krediet niet voor hun activiteiten was gebruikt. De Hoge Raad oordeelde dat een krediet aan een houdstermaatschappij binnen een concern in beginsel ook ten goede komt aan alle onderdelen van dat concern, direct of indirect, tenzij anders blijkt.
De Hoge Raad verwierp het beroep van de o.g.-maatschappijen en bevestigde dat het regresrecht van [A] op de o.g.-maatschappijen niet vervalt door het ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid jegens de NIB. Het arrest benadrukt dat de onderlinge verhouding tussen medeschuldenaren wordt beheerst door goede trouw en solidariteit, en dat het gebrek aan bewijs voor het tegendeel leidt tot gelijke verdeling van het verlies binnen het concern.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de onroerend goed maatschappijen wordt verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd.