ECLI:NL:HR:2003:AF3802
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- A.G. Pos
- O. de Savornin Lohman
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatie ING in civiele vordering tot betaling
ING heeft bij de rechtbank te Middelburg een vordering ingesteld tegen [verweerder] tot betaling van ƒ 53.270,77, vermeerderd met rente, kredietprovisie en buitengerechtelijke kosten. De rechtbank wees de vordering af op 30 juli 1997. ING stelde hoger beroep in bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage, dat het vonnis van de rechtbank bij eindarrest van 17 mei 2001 bekrachtigde.
Daarop stelde ING beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde ING in de kosten van het geding in cassatie. De uitspraak werd gedaan door een kamer onder voorzitterschap van vice-president R. Herrmann en raadsheren H.A.M. Aaftink, A.G. Pos, O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels, die het arrest in het openbaar uitspraken op 25 april 2003.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van ING en bevestigt de afwijzing van haar vordering.