ECLI:NL:HR:2003:AF3803

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 april 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C01/290HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp
  • H.A.M. Aaftink
  • A.G. Pos
  • D.H. Beukenhorst
  • P.C. Kop
  • F.B. Bakels
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in faillissementsvordering curator

In deze zaak vorderde de curator in faillissement betaling van een aanzienlijk bedrag van eiser, welke vordering door eiser werd bestreden. De curator had haar vordering meerdere malen verhoogd tijdens de procedure bij de rechtbank Amsterdam. Na tussenvonnissen en bewijslevering werd het geschil voorgelegd aan het hof Amsterdam, dat het vonnis vernietigde en eiser veroordeelde tot betaling van een deel van de gevorderde som, met rente en tegenbewijs toegelaten.

Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De curator verscheen niet in cassatie, waardoor verstek werd verleend. De advocaat-generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was, omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 25 april 2003. Hiermee werd het arrest van het hof bevestigd en het cassatieberoep verworpen, waarbij eiser werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof waarin eiser werd veroordeeld tot betaling aan de curator.

Uitspraak

25 april 2003
Eerste Kamer
Nr. C01/290HR
MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser], wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. D. Stoutjesdijk,
t e g e n
Mr. Wilhelmina Ditta KOOTSTRA, in haar hoedanigheid van curator in de faillissementen van Davigno Properties B.V., Davigno Housing B.V., Davigno Marcle Management B.V., Davigno Tools N.V. en Marcle Bouw B.V., kantoorhoudende te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Verweerster in cassatie - verder te noemen: de curator - heeft bij exploit van 21 oktober 1994 eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - gedagvaard voor de Rechtbank te Amsterdam en gevorderd [eiser] te veroordelen tot betaling aan de curator van tenminste ƒ 340.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente sedert 15 september 1994, alsmede met ƒ 14.370,-- ter zake van buitengerechtelijke incassokosten, met veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure, die van het onderhavige conservatoir beslag daaronder begrepen.
[Eiser] heeft de vordering bestreden.
Ter rolzitting van 3 november 1998 heeft de curator haar eis vermeerderd met ƒ 115.362,71 met de wettelijke rente daarover sedert 15 september 1994 en ƒ 587,18.
[Eiser] heeft zich tegen deze eisvermeerdering verzet.
Bij gelegenheid van pleidooi heeft de curator haar vordering vermeerderd tot een totaal bedrag van ƒ 474.951,34, vermeerderd met de rente over ƒ 345.218,63 sedert 15 september 1994 en over ƒ 115.362,71 sedert 15 september 1994, althans 3 november 1998.
De Rechtbank heeft bij tussenvonnis van 9 december 1998 de zaak naar de rol verwezen voor het nemen van een akte aan de zijde van de curator en bij tussenvonnis van 24 november 1999 de curator tot bewijslevering toegelaten en iedere verdere beslissing aangehouden.
Tegen laatstvermeld tussenvonnis heeft de curator hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 28 juni 2001 heeft het Hof het vonnis waarvan beroep vernietigd, [eiser] veroordeeld om aan de curator te betalen een bedrag van ƒ 39.652,23, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 15 september 1994 tot de dag van voldoening, [eiser] tot tegenbewijs toegelaten, en de zaak naar de Rechtbank te Amsterdam verwezen teneinde op de hoofdzaak verder te worden beslist.
Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het Hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de niet verschenen curator is verstek verleend.
[Eiser] heeft de zaak doen toelichten door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink, A.G. Pos, D.H. Beukenhorst en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 25 april 2003.