ECLI:NL:HR:2003:AF3808

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 april 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C02/043HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • R. Herrmann
  • J.B. Fleers
  • H.A.M. Aaftink
  • A.G. Pos
  • A. Hammerstein
  • F.B. Bakels
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling van rekening en verantwoording in nalatenschap en incassokosten

Verweerster, als gevolmachtigde van de gezamenlijke erfgenamen van een overleden persoon, vorderde van eiser rekening en verantwoording over het door hem gevoerde beheer van de nalatenschap. De rechtbank veroordeelde eiser tot betaling van een bedrag van ƒ 54.581,12 vermeerderd met wettelijke rente en wees het meer gevorderde af. Eiser stelde hoger beroep in, maar het hof bekrachtigde het vonnis.

Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel van het hof en veroordeelde eiser in de kosten van het geding in cassatie. Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 25 april 2003.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld tot betaling aan verweerster van het bedrag uit de rekening en verantwoording, vermeerderd met incassokosten en wettelijke rente.

Uitspraak

25 april 2003
Eerste Kamer
Nr. C02/043HR
SB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser], wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. K.T.B. Salomons,
t e g e n
[verweerster], wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Verweerster in cassatie, te dezen optredend als gevolmachtigde van de in de dagvaarding genoemde gezamenlijke erfgenamen van [erflater], overleden te 's-Hertogenbosch op 16 augustus 1995 - verder te noemen: [verweerster] - heeft bij exploit van 14 augustus 1997 eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - gedagvaard voor de Rechtbank te 's-Hertogenbosch en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
1. [eiser] te veroordelen om binnen een bij de uitspraak te bepalen termijn ten overstaan van een daarbij te benoemen rechter-commissaris aan [verweerster] rekening en verantwoording af te leggen van het door hem gevoerde beheer met bepaling dat, indien [eiser] in gebreke mocht blijven op de door de rechter-commissaris bepaalde dag te verschijnen om rekening te doen, of de aan de rechter-commissaris overgelegde rekening binnen de daarvoor bepaalde termijn aan [verweerster] te betekenen, hij daartoe zal kunnen worden genoodzaakt door de inbeslagneming en de verkoop van zijn goederen tot een bedrag van ƒ 70.000,-- en door middel van lijfsdwang;
2. het bedrag van ontvangsten en uitgaven van de rekening vast te stellen, het saldo te bepalen en [eiser] te veroordelen tot betaling aan [verweerster] van zodanige som, als aan dezen blijkens de rekening en verantwoording zal toekomen, te verhogen met een bedrag ad ƒ 8.937,17 ter zake van door [verweerster] gemaakte buitengerechtelijke incassokosten alsmede met de wettelijke rente vanaf de dag dat [eiser] in verzuim is gekomen tot de dag der algehele voldoening.
[Eiser] heeft de vorderingen bestreden.
De Rechtbank heeft bij tussenvonnis van 14 november 1997 een comparitie van partijen gelast. Bij eindvonnis van 16 april 1999 heeft de Rechtbank [eiser] veroordeeld om aan [verweerster] te voldoen een bedrag van ƒ 54.581,12, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 16 april 1999 tot aan de dag van voldoening en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Tegen dit eindvonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij arrest van 13 november 2001 heeft het Hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het Hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de niet verschenen [verweerster] is verstek verleend.
[Eiser] heeft de zaak doen toelichten door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren J.B. Fleers, H.A.M. Aaftink. A.G. Pos en A. Hammerstein, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 25 april 2003.