ECLI:NL:HR:2003:AF3808
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- A.G. Pos
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van rekening en verantwoording in nalatenschap en incassokosten
Verweerster, als gevolmachtigde van de gezamenlijke erfgenamen van een overleden persoon, vorderde van eiser rekening en verantwoording over het door hem gevoerde beheer van de nalatenschap. De rechtbank veroordeelde eiser tot betaling van een bedrag van ƒ 54.581,12 vermeerderd met wettelijke rente en wees het meer gevorderde af. Eiser stelde hoger beroep in, maar het hof bekrachtigde het vonnis.
Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel van het hof en veroordeelde eiser in de kosten van het geding in cassatie. Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 25 april 2003.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld tot betaling aan verweerster van het bedrag uit de rekening en verantwoording, vermeerderd met incassokosten en wettelijke rente.