ECLI:NL:HR:2003:AF4309

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 april 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
00601/02
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • C.J.G. Bleichrodt
  • F.H. Koster
  • J.P. Balkema
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt veroordeling voor gewelddadige diefstal door meerdere personen

De Hoge Raad heeft op 15 april 2003 het cassatieberoep van de verdachte verworpen tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 11 oktober 2001. De verdachte was in hoger beroep veroordeeld tot 22 maanden gevangenisstraf wegens diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd door twee of meer verenigde personen met het oogmerk de diefstal voor te bereiden en te vergemakkelijken.

Het cassatieberoep richtte zich tegen deze veroordeling, maar de Hoge Raad oordeelde dat het middel geen aanleiding gaf tot het beantwoorden van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Daarom werd het middel niet inhoudelijk behandeld.

De Hoge Raad concludeerde dat er geen gronden waren om het arrest van het hof ambtshalve te vernietigen en verwierp het beroep van de verdachte. Hiermee bleef de veroordeling van 22 maanden gevangenisstraf onverminderd van kracht.

De uitspraak werd gedaan door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, samen met raadsheren F.H. Koster en J.P. Balkema.

Uitkomst: Het cassatieberoep is verworpen en de veroordeling tot 22 maanden gevangenisstraf blijft gehandhaafd.

Uitspraak

15 april 2003
Strafkamer
nr. 00601/02
PB/IK
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 11 oktober 2001, nummer 23/001140-00, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Haarlem van 21 juni 1999 - de verdachte ter zake van 1. "diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk de diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen" en 2. "diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk de diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen" veroordeeld tot 22 maanden gevangenisstraf.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.L.M. van der Voet, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Slotsom
Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren F.H. Koster en J.P. Balkema, in bijzijn van de waarnemend-griffier I.W.P. Verboon, en uitgesproken op 15 april 2003.