ECLI:NL:HR:2003:AF4626
Hoge Raad
- Cassatie
- G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp
- J.B. Fleers
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over loonvordering bij no cure no pay-bemiddelingsovereenkomst
In deze zaak vordert eiseres [A] Management B.V. betaling van een factuur voor bemiddelingswerkzaamheden verricht voor PeHa Holding B.V. en aanverwante vennootschappen. De vordering werd in eerste aanleg en in hoger beroep afgewezen, waarbij het hof oordeelde dat de no cure no pay-afspraak betekende dat geen recht op loon bestond zonder resultaat.
De Hoge Raad stelt centraal de vraag hoe de artikelen 7:411 en 7:426 BW zich tot elkaar verhouden bij een bemiddelingsovereenkomst met een no cure no pay-beding. De Hoge Raad overweegt dat art. 7:426 BW Pro geen afwijking van de hoofdregel in art. 7:411 BW Pro inhoudt, die een genuanceerde regeling geeft voor het recht op loon bij voortijdige beëindiging van de opdracht.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof wegens een onjuiste rechtsopvatting en verwijst de zaak naar het hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling. Daarbij moet het hof onderzoeken of en in hoeverre [A] recht heeft op loon, rekening houdend met de gezichtspunten in art. 7:411 lid 1 BW Pro. De uitspraak is gedaan door vijf raadsheren op 23 mei 2003.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor nader onderzoek naar het recht op loon van de bemiddelaar.