ECLI:NL:HR:2003:AF5115
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie tegen intrekking verzoek schriftelijke uitspraak
Belanghebbende had bij het Gerechtshof te Amsterdam een verzoek ingediend om een mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke uitspraak. Het Gerechtshof stelde bij een schriftelijke mededeling dat dit verzoek geacht werd te zijn ingetrokken. Belanghebbende stelde zich op het standpunt dat tegen deze mededeling beroep in cassatie openstond.
De Hoge Raad oordeelde dat op grond van artikel 27d, lid 4, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen tegen een dergelijke mededeling geen beroep in cassatie openstaat. Dit betekent dat het cassatieberoep tegen die mededeling niet-ontvankelijk is. Het feit dat de mededeling in de vorm van een uitspraak is gedaan en dat daarin vermeld stond dat beroep in cassatie mogelijk zou zijn, doet hieraan niet af.
De Hoge Raad wees tevens af om proceskosten toe te wijzen en bepaalde dat het betaalde griffierecht van € 82 aan belanghebbende wordt teruggegeven. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 28 februari 2003.
Uitkomst: Het beroep in cassatie tegen de mededeling dat het verzoek om vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke is ingetrokken, is niet-ontvankelijk verklaard.