ECLI:NL:HR:2003:AF5115

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 februari 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
38243
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • E. Korthals Altes
  • P.J. van Amersfoort
  • A.R. Leemreis
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27d lid 4 Algemene wet inzake rijksbelastingen
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie tegen intrekking verzoek schriftelijke uitspraak

Belanghebbende had bij het Gerechtshof te Amsterdam een verzoek ingediend om een mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke uitspraak. Het Gerechtshof stelde bij een schriftelijke mededeling dat dit verzoek geacht werd te zijn ingetrokken. Belanghebbende stelde zich op het standpunt dat tegen deze mededeling beroep in cassatie openstond.

De Hoge Raad oordeelde dat op grond van artikel 27d, lid 4, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen tegen een dergelijke mededeling geen beroep in cassatie openstaat. Dit betekent dat het cassatieberoep tegen die mededeling niet-ontvankelijk is. Het feit dat de mededeling in de vorm van een uitspraak is gedaan en dat daarin vermeld stond dat beroep in cassatie mogelijk zou zijn, doet hieraan niet af.

De Hoge Raad wees tevens af om proceskosten toe te wijzen en bepaalde dat het betaalde griffierecht van € 82 aan belanghebbende wordt teruggegeven. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 28 februari 2003.

Uitkomst: Het beroep in cassatie tegen de mededeling dat het verzoek om vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke is ingetrokken, is niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

Nr. 38.243
28 februari 2003
WM
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de als uitspraak aangeduide schriftelijke mededeling van het Gerechtshof te Amsterdam van 12 maart 2002 dat het verzoek van belanghebbende om vervanging van de mondelinge uitspraak van 23 maart 2001, nr. 99/03785, door een schriftelijke wordt geacht te zijn ingetrokken.
1. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
Tegen een mededeling dat een verzoek om vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke ingevolge het bepaalde in artikel 27d, lid 4, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt geacht te zijn ingetrokken, stelt de wet beroep in cassatie niet open.
Aangezien het onderhavige cassatieberoep zich tegen zulk een mededeling richt, is dat beroep niet-ontvankelijk. Daaraan doet niet af dat de mededeling is gedaan in de vorm van een uitspraak en dat onder die uitspraak is vermeld dat daartegen beroep in cassatie kan worden ingesteld.
2. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E. Korthals Altes als voorzitter, en de raadsheren P.J. van Amersfoort en A.R. Leemreis, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 28 februari 2003.
Het door belanghebbende als griffierecht voor het onderhavige cassatieberoep betaalde bedrag van € 82 wordt door de Griffier van de Hoge Raad aan belanghebbende teruggegeven.