ECLI:NL:HR:2003:AF5261
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- G.J.M. Corstens
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep in cassatie inzake ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 25 september 2001, waarin betrokkene werd veroordeeld tot betaling van ƒ 21.502,- aan de Staat, subsidiair 120 dagen hechtenis, wegens ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Betrokkene, woonachtig in Spanje, stelde het cassatieberoep in, vertegenwoordigd door mr. C.J. van Bavel. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen ambtshalve vernietiging noodzakelijk was.
Het arrest werd gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt en raadsheren Corstens, Van Buchem-Spapens, Balkema en Van Dorst. De Hoge Raad bevestigde daarmee het hofarrest en verwierp het cassatieberoep, waarmee de ontnemingsmaatregel definitief werd gehandhaafd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontnemingsmaatregel van ƒ 21.502,- blijft gehandhaafd.