ECLI:NL:HR:2003:AF5550

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 april 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R02/067HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling bijdrage verzorging en opvoeding minderjarige na echtscheiding

De moeder heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend om de bijdrage van de vader in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige dochter, geboren in 1986, vast te stellen op ƒ 350 per maand met ingang van 1 juli 2000. De vader heeft dit verzoek bestreden. De rechtbank wees het verzoek van de moeder toe. Tegen deze beschikking stelde de vader hoger beroep bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage, dat de beschikking van de rechtbank bekrachtigde.

De vader stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De moeder verzocht het beroep te verwerpen. De Advocaat-Generaal adviseerde eveneens tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van de vader en bevestigt daarmee de eerdere beslissingen van rechtbank en hof. De bijdrage van de vader in de kosten van verzorging en opvoeding van zijn dochter blijft vastgesteld zoals bepaald.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de vastgestelde bijdrage van de vader in de kosten van verzorging en opvoeding van zijn dochter.

Uitspraak

25 april 2003
Eerste Kamer
Rek.nr. R02/067HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker], wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. W.F.A.A.A.M. van de Pol,
t e g e n
[Verweerster], wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 29 januari 2001 ter griffie van de Rechtbank te 's-Gravenhage ingekomen verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: de moeder - zich gewend tot die Rechtbank en verzocht de door verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de vader - voor de, uit het inmiddels door echtscheiding tussen partijen ontbonden huwelijk, op 11 december 1986 geboren minderjarige [dochter] te betalen bijdrage in de kosten van haar verzorging en opvoeding met ingang van 1 juli 2000 te bepalen op ƒ 350,-- per maand, althans op een zodanig bedrag en met zodanige datum van ingang als de Rechtbank juist acht.
De vader heeft het verzoek bestreden.
De Rechtbank heeft bij beschikking van 7 augustus 2001 het verzoek van de moeder toegewezen.
Tegen deze beschikking heeft de vader hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij beschikking van 29 mei 2002 heeft het Hof de bestreden beschikking, voor zover aan zijn oordeel onderworpen, bekrachtigd.
De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het Hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De moeder heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal C.L. de Vries Lentsch-Kostense strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, P.C. Kop en F.B. Bakels, en in in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 25 april 2003.