ECLI:NL:HR:2003:AF6206

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 juni 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C02/072HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • R. Herrmann
  • D.H. Beukenhorst
  • O. de Savornin Lohman
  • F.B. Bakels
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt beroep in civiele geschil over contractuele tekortkoming en betalingsvordering

De zaak betreft een civiel geschil tussen De Scheveningse Pier Exploitatie B.V. (eiseres) en Gotham City Music Promotions B.V. (verweerster). Gotham heeft De Pier gedagvaard wegens vermeende toerekenbare tekortkoming in de nakoming van een overeenkomst en vorderde betaling van ƒ 81.000,- plus wettelijke rente. De Pier bestreed deze vordering en stelde een tegenvordering in van ƒ 5.189,25 met rente.

De rechtbank wees de vordering van Gotham af en kende de tegenvordering van De Pier toe. Gotham ging in hoger beroep bij het Gerechtshof Den Haag, dat na diverse tussenarrestaties bewijslevering toestond en de zaak aanhield. De Pier stelde vervolgens cassatieberoep in tegen een tussenarrest van het hof.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en wees het beroep af zonder nadere motivering, conform artikel 81 RO Pro. De Pier werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee bleef het oordeel van de lagere rechter in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van De Scheveningse Pier Exploitatie B.V. wordt verworpen en de kosten worden aan haar opgelegd.

Uitspraak

20 juni 2003
Eerste Kamer
Nr. C02/072HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
DE SCHEVENINGSE PIER EXPLOITATIE B.V., gevestigd te 's-Gravenhage,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. R.F. Thunnissen,
t e g e n
GOTHAM CITY MUSIC PROMOTIONS B.V., gevestigd te 's-Gravenhage,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. K.T.B. Salomons.
1. Het geding in feitelijke instanties
Verweerster in cassatie - verder te noemen: Gotham - heeft bij exploit van 2 juli 1997 eiseres tot cassatie - verder te noemen: De Pier - gedagvaard voor de Rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd bij vonnis, voorzover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
a. te verklaren voor recht dat De Pier toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verbintenis voortvloeiend uit de in de dagvaarding omschreven overeenkomst, en
b. De Pier te veroordelen om aan Gotham te betalen een bedrag van ƒ 81.000,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf primair 1 januari 1997, subsidiair vanaf de dag der dagvaarding, tot de dag der algehele voldoening.
De Pier heeft de vorderingen bestreden en in reconventie gevorderd, Gotham te veroordelen, zulks bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, om aan De Pier te betalen een bedrag van ƒ 5.189,25, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 3 augustus 1997 tot aan de dag der algehele voldoening.
Gotham heeft in reconventie de vordering bestreden.
De Rechtbank heeft bij tussenvonnis van 21 oktober 1997 een comparitie van partijen gelast. Bij eindvonnis van 14 oktober 1998 heeft de Rechtbank in conventie de vordering van Gotham afgewezen en in reconventie de vordering van De Pier toegewezen.
Tegen dit eindvonnis heeft Gotham hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage.
Na een tussenarrest van 18 mei 2000 heeft het Hof bij een tweede tussenarrest van 1 november 2001 De Pier tot bewijslevering toegelaten, een comparitie van partijen gelast en iedere verdere beslissing aangehouden.
Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het tussenarrest van het Hof van 1 november 2001 heeft De Pier beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Gotham heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt De Pier in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Gotham begroot op € 1.026,34 aan verschotten en €. 1.365,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren D.H. Beukenhorst en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 20 juni 2003.