ECLI:NL:HR:2003:AF6608
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging nietigheid ontslag op staande voet en salarisbetaling
In deze zaak vorderde de werknemer de nietigheid van het ontslag op staande voet dat door de werkgever was gegeven, alsmede betaling van salaris, vakantiegeld en vakantiedagen. De kantonrechter stelde vast dat het ontslag op staande voet nietig was en veroordeelde de werkgever tot betaling van het salaris over de periode van 1 januari tot 1 april 1998, inclusief vakantietoeslag en de geldelijke waarde van niet-genoten vakantiedagen.
De werkgever stelde zich hiertegen in hoger beroep, maar de rechtbank bevestigde het vonnis van de kantonrechter. Vervolgens stelde de werknemer beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De werkgever verscheen niet in cassatie, waarna verstek werd verleend.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de werknemer en bevestigde daarmee de eerdere uitspraken. De Hoge Raad vond geen aanleiding tot nadere motivering omdat de klachten niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad veroordeelde de werknemer in de kosten van het cassatiegeding, die aan de zijde van de werkgever op nihil werden begroot. Het arrest werd gewezen door de raadsheren Aaftink, Beukenhorst en de Savornin Lohman en uitgesproken door Bakels op 27 juni 2003.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het ontslag op staande voet wordt bevestigd als nietig met veroordeling tot betaling van salaris en vakantiegeld.