ECLI:NL:HR:2003:AF7093
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid bezwaar en verwerpt beroep tegen BPM-heffing
Belanghebbende, een leasemaatschappij, maakte bezwaar tegen een door derden namens haar betaalde BPM-heffing over oktober 1996. De Inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk, maar het Hof vernietigde deze beslissing en wees het verzoek om teruggaaf af. Belanghebbende stelde beroep in cassatie tegen deze uitspraak, terwijl de Staatssecretaris incidenteel beroep instelde.
De Hoge Raad oordeelde dat de regels van de Algemene wet bestuursrecht omtrent bezwaar ook toepasselijk zijn op bezwaar tegen een op aangifte voldaan bedrag. Omdat de Inspecteur belanghebbende geen gelegenheid had geboden om ontbrekende gegevens aan te vullen, mocht het bezwaar niet niet-ontvankelijk worden verklaard. Het Hof had terecht geoordeeld dat het bezwaar tijdig was ingediend.
De inhoudelijke middelen van belanghebbende, waaronder strijdigheid met het EG-Verdrag en de Zesde richtlijn, werden verworpen wegens gebrek aan belang, aangezien het betwiste bedrag geen betrekking had op gebruikte auto's. De Hoge Raad verklaarde zowel het principale als het incidentele beroep ongegrond, veroordeelde de Staatssecretaris in de kosten van het cassatiegeding en wees de Staat aan als de kostenverantwoordelijke.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en veroordeelt de Staatssecretaris in de proceskosten.