ECLI:NL:HR:2003:AF7314
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor hennepkwekerij ondanks ontbreken nadere plaatsaanduiding in tenlastelegging
De verdachte werd ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 31 januari 2001 in een pand te zijn woonplaats hennep had bereid, bewerkt, verwerkt en/of aanwezig had gehad. Het hof verklaarde het feit bewezen, maar liet de nadere plaatsaanduiding "aan de [a-straat]" buiten beschouwing omdat die niet bewezen was.
De verdachte stelde in cassatie dat het hof hierdoor de grondslag van de tenlastelegging had verlaten en dat hij daarom vrijgesproken had moeten worden van het gehele feit. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof geen ander feit bewezen had verklaard dan dat was tenlastegelegd, omdat de nadere plaatsaanduiding niet essentieel was voor de grondslag van de tenlastelegging.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van de verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf. De uitspraak benadrukt dat het ontbreken van een nadere plaatsaanduiding in de bewezenverklaring niet automatisch leidt tot het verlaten van de grondslag van de tenlastelegging.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van verdachte voor het bezit en bewerken van hennep.