ECLI:NL:PHR:2012:BX4843
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vermindert werkstraf wegens niet in acht nemen tweede inverzekeringstelling en redelijke termijn
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van het bezit en vervaardigen van afbeeldingen van seksuele gedragingen van minderjarigen. Het hof had een werkstraf van 120 uur opgelegd.
Het middel klaagde terecht dat het hof artikel 27 lid 1 Sr Pro niet in acht had genomen door te verzuimen de tijd die verdachte in de tweede inverzekeringstelling had doorgebracht in mindering te brengen op de straf. De Hoge Raad stelde vast dat deze tweede inverzekeringstelling onderdeel was van dezelfde zaak en bracht daarom zelf zes uren in mindering op de werkstraf.
Daarnaast werd vastgesteld dat het hof de bewezenverklaring op onderdelen ruimer had geformuleerd dan de tenlastelegging, maar dat dit niet tot een ander strafrechtelijk verwijt leidde. Ook werd de schending van de redelijke termijn in cassatie erkend, wat eveneens aanleiding gaf tot strafvermindering.
De Hoge Raad verwierp de overige middelen van cassatie en bevestigde de strafvermindering, waarbij de opgelegde werkstraf werd verminderd met zes uren vanwege de niet in acht genomen tweede inverzekeringstelling.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de werkstraf met zes uren wegens het niet in mindering brengen van de tweede inverzekeringstelling en erkent schending van de redelijke termijn.