ECLI:NL:HR:2003:AF7426
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering overdracht opbrengst verkoop onroerende zaak aan vader
De vader heeft de kinderen en de moeder gedagvaard met het verzoek de opbrengst van de verkoop van een onroerende zaak aan hem af te dragen. De rechtbank wees deze vordering af. De vader ging in hoger beroep, maar het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank. Vervolgens stelde de vader beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof.
In cassatie werd het beroep door de Hoge Raad verworpen omdat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten geen rechtsvragen bevatten die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad veroordeelde de vader in de kosten van het geding in cassatie, die aan de zijde van de verweerders op nihil werden begroot. Tegen de vier kinderen en de moeder werd verstek verleend. De uitspraak werd gedaan door een kamer onder voorzitterschap van vice-president R. Herrmann.
De zaak betreft een civiel geschil over de eigendom en de verdeling van de opbrengst van een onroerende zaak, waarbij de vader zijn vordering niet kon laten slagen. Het arrest bevestigt de eerdere beslissingen van de lagere instanties.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader wordt verworpen en de vordering tot overdracht van de opbrengst van de onroerende zaak wordt afgewezen.