ECLI:NL:HR:2003:AF7500
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van en Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing teruggaaf omzetbelasting bij verhuur en renovatie pand
Belanghebbende, opgericht in 1994 en actief in vastgoedbeheer, had het gemeentehuis van gemeente Z gekocht voor ƒ 1 met de verplichting tot renovatie van ƒ 25.000.000. Vanaf 1995 verhuurde belanghebbende het pand aan de gemeente. Voor het tijdvak januari tot maart 2000 verzocht belanghebbende om teruggaaf van ƒ 11.728,15 aan omzetbelasting die was betaald over renovatiewerkzaamheden.
De Inspecteur wees dit verzoek af, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof. Het Hof verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat belanghebbende geen stichtingskosten had gedragen in de zin van artikel V, lid 9 van de Wet op de omzetbelasting 1968, omdat geen omzetbelasting was geheven bij aankoop en de renovatie niet leidde tot een vervaardigd goed.
In cassatie stelde belanghebbende dat het Hof artikel V, lid 9 onjuist had uitgelegd en dat het vertrouwen op het overgangsrecht werd geschonden, mede met verwijzing naar Europees recht en het arrest Schloßstraße. De Hoge Raad verwierp deze middelen, bevestigde de uitleg van het Hof en oordeelde dat de wetswijziging niet in strijd is met het communautaire rechtszekerheidsbeginsel.
De Hoge Raad wees ook het beroep op het vertrouwensbeginsel af omdat de verhuur vanaf 1 januari 1996 vrijgesteld was van omzetbelasting zonder recht op aftrek van later in rekening gebrachte omzetbelasting. Proceskosten werden niet toegewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de teruggaaf van omzetbelasting.