ECLI:NL:HR:2003:AF8125
Hoge Raad
- Cassatie
- G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.H. Beukenhorst
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering levensonderhoud kinderen wegens verkeerde procedure
De vrouw vorderde van de man de nakoming van een in 1992 gesloten overeenkomst tot betaling van levensonderhoud voor hun kinderen, inclusief achterstallige bedragen en toekomstige bijdragen zolang de studie voortduurt. De Kantonrechter wees de primaire vordering toe, maar beperkte deze tot maximaal ƒ 10.000,--. De man ging in hoger beroep, dat door de Rechtbank werd afgewezen, waarbij de beperking werd opgeheven.
De man stelde cassatie in tegen het oordeel van de Rechtbank, stellende dat de vordering onterecht bij dagvaarding was ingeleid en dat de Rechtbank ten onrechte bevoegd was verklaard. De Hoge Raad oordeelde dat sinds 1 april 1995 in zaken betreffende levensonderhoud op grond van Boek 1 BW de vordering dwingend via verzoekschrift moet worden ingeleid, ook indien partijen een alimentatieovereenkomst hebben gesloten.
De Hoge Raad vernietigde het vonnis van de Rechtbank en de Kantonrechter en verklaarde de vrouw niet-ontvankelijk in haar vordering. De kosten van het geding werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vrouw wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering wegens het niet volgen van de verzoekschriftprocedure.